Mensen kijken vreemd op als ik op mijn knieën lig.
Juli 2006 - Twaalf jaar nadat ze er haar eerste journalistieke ei legde, keert Lieve Ketelslegers terug naar een vertrouwd nest, de nieuwsdienst van TVL. Na omzwervingen langs TV1, Kanaal Z en Vitaya is ze er sinds vorige week aan de slag als videojournaliste en kan ze zich weer helemaal op haar grote passie storten: nieuws maken. “Tja, oude liefde roest niet. Ik ken hier bij TVL alle mensen en dat geeft me een comfortabel gevoel.”
HASSELT -
Je bent weer actief op de nieuwsdienst van TVL, maar ga je het nieuws zelf ook nog presenteren?
“Daar is nog helemaal niet over gesproken. Ik blijf naast mijn werk voor TVL ook negen dagen per maand werken voor Kanaal Z als nieuwsanker. Ik ben een zelfstandige journalist, dus ik kan dat blijven doen.”
Je hebt een aan-uit-relatie met TVL. Wat brengt je steeds terug naar hier?
“Oude liefde roest niet, hč? Ik heb hier een heel comfortabel gevoel, ik ken het huis met alle ins en outs. Ik heb hier in totaal twaalf jaar gewerkt en ken alle mensen die met TV Limburg begonnen zijn. Ik was er bij als een van de eersten in 1994 en heb zes jaar lang het nieuws gepresenteerd. Daarna ben ik naar VRT en Kanaal Z gegaan en nog later naar Vitaya. Tussendoor heb ik op TVL Tjing Tjingí en ‘Limburg@Work’ gepresenteerd. Maar dat deed ik via het productiehuis Havana, nu zit ik weer op de nieuwsredactie en dat vind ik wel aangenaam.”
Waarom haalt TVL je na al die tijd terug naar de nieuwsdienst? Is er geen jong talent meer in deze provincie?
“Tuurlijk wel. Ik ben niet de enige nieuwe kracht op de nieuwsredactie. Ze hebben ook Patrick Leemans aangenomen, die vroeger eindredacteur was bij VTM. Hij heeft nog meer ervaring dan ik. En Erik Klerckx, ook een ervaren freelancer, komt erbij. De nieuwsdienst wordt dus versterkt met drie mensen met wat meer journalistieke ervaring. En dat lijkt me, samen met jonge mensen, de ideale mix om een goed journaal in elkaar te steken.”
Heeft TVL dan grote plannen met het nieuws?
“Dat weet ik niet. Er is de laatste jaren natuurlijk heel veel gebeurd met de overschakeling naar de videojournalistiek. Journalisten moeten nu zelf hun stukken filmen en monteren. Op voorhand was ik daar niet voor te vinden, maar als je fout bent, moet je dat ook durven toegeven. Ik had te snel geoordeeld. Het valt allemaal goed mee, maar het is wel zeer zwaar. Je moet met statief en camera rondlopen en voortdurend alles in de gaten houden. Is het niet overbelicht? Is het beeld goed gekadreerd? Is het niet overstuurd qua klank?”
Hoe kun je dan als journalist nog geconcentreerd bezig zijn met de vragen die je moet stellen?
“Dat was ook een van mijn opmerkingen, maar je leert op een andere manier werken. In het begin is het moeilijk om met de inhoud bezig te zijn omdat je te gefixeerd bent op de techniek. Maar als je de camera eenmaal onder de knie hebt, dan kan je je volledig op de inhoud concentreren.”
Ik heb vaak medelijden met videojournalisten. Terwijl de cameraploegen van VRT en VTM een driekoppig team in de strijd gooien, moet een videojournalist eerst zijn statief nog rechtzetten en zijn camera instellen.
“Het medelijden is terecht (lacht). Het klopt wat je zegt, de perceptie van de mensen is heel confronterend. Ik heb vorige week twee dagen gewerkt als videojournalist. De Limburgse prominenten die ik interview, zijn mij gewoon met een cameraman en een regisseur erbij. En nu zien ze mij als een muilezel voorbij draven en op mijn knieën liggen om het juiste shot te kunnen maken. Je kunt je voorstellen dat de meeste hun ogen opentrekken. Videojournalistiek komt amateuristisch over omdat het maken ervan op homevideo lijkt, maar aan de beelden op televisie zie je dat uiteindelijk niet.”
Hoofdredacteur Philip Hilven verklaarde ooit dat TVL een springplank is naar de nationale zenders. Tim Verheyden trok naar “Telefacts”, Inge Becks en jij waagden hun kans bij de VRT. Maar jullie beiden hadden minder succes. Jij presenteerde eventjes “De Rode Loper” , maar werd samen met Johan Persyn bedankt voor bewezen diensten. Persyn trok van leer in de pers, van jou kwam er geen reactie.
“Ik vond het niet nuttig om daarop te reageren. ‘De Rode Loper’ was toen een nieuw programma met de nodige kinderziektes. Het programma was nog niet klaar en is te vroeg op antenne gegaan. En daar zijn Johan en ik de dupe van geworden. Meer is het niet. Moet ik daarom kappen op de VRT? Nee, maar ik vind ook niet dat de VRT op mij moet kappen. Het programmaconcept en de presentatoren waren niet op elkaar afgesteld. Dat is nu eenmaal de pech die je in het leven wel eens overkomt.”
Indertijd verwoordde je het met ‘Ik ben te veel Limburgse geweest’.
“Ik bedoelde daarmee dat ik te bescheiden ben in dat tv-wereldje. Limburgers hebben iets van het is maar televisie terwijl veel mensen in de media zichzelf wel eens te serieus durven te nemen. Ik moest me elke dag oppeppen om er even bruisend te staan, maar zo zit ik niet in elkaar. Ik heb geen zin om komedie te spelen.”
Hoe moeilijk is het om als zelfstandig journaliste overeind te blijven?
“Je moet zo snel mogelijk weten waar je grenzen liggen. Uitvissen wat je kunt en wat je niet kunt. Ik heb geleerd dat ik geen showprogramma moet gaan presenteren. Ann Reymen bijvoorbeeld doet dat stukken beter, ik heb meer het profiel van een journaliste. Op alle paarden wedden heeft geen zin. Ik heb die fout in het begin wel gemaakt. Ik was zes jaar bezig bij TVL, ik had alleen nog maar nieuws gedaan en wilde wel eens iets anders proberen. Dat is niet gelukt. Ik weet nu dat ik in de nieuwssector moet blijven. Nieuws boeit mij en ik zal het ook altijd blijven volgen.”
Wat is je voorlopige hoogtepunt uit je twaalfjarige mediacarričre?
“Ik ben geneigd om dan meteen aan opvallende dingen te denken, terwijl ik evengoed kan genieten van een gesprek met een leuk oud vrouwtje. Kies toch maar mijn reis naar Tsjernobyl. We zijn er in de verboden zone geweest, dichtbij de ontplofte kerncentrale. Elke keer dat ik inademde, dacht ik ‘Ik word hier radioactiever met de minuut’. Ik heb me voor en na die reis in Doel laten testen. Op die vijf dagen dat ik ben geweest, was dat duidelijk gestegen.”
De lampen in je omgeving gingen spontaan branden?
“Net niet, maar ik straal nu dag en nacht (lacht).”
Hoe belangrijk is reizen voor je?
“Ik wil weten wat er in de rest van de wereld gebeurt. Ik ben in januari en in april naar Cuba geweest. Als je dan thuiskomt, sta je weer met je voeten op de grond. Cuba is een heel speciaal land. Je moet er eerst geweest zijn om het te kunnen snappen. Ik associeerde communisme met het grauwe Oostblok. In Cuba heb je de combinatie van tropisch weer en communisme. Dat klopt ergens niet. De mensen zijn er heel blij, maar toch hebben ze niets. Heel raar, maar wel leuk om mee te maken. Nu moet ik het reizen een beetje terugschroeven, want ik ben in Hasselt een huis aan het bouwen. Sleutel op de deur, want zelf met bakstenen sjouwen, zie ik niet zitten.”
Je hebt ook een goede relatie met Armand Schreurs. In die mate dat hij ooit zijn column in deze krant helemaal aan jou heeft gewijd.
“Klopt. Ik heb Armand vier jaar geleden ontmoet op een evenement in Haspengouw. Sindsdien zijn wij heel goede vrienden. Armand heeft al een pak ervaring in de media en voor mij is dat heel interessant. Ik luister graag naar zijn wijze raad, hij is een beetje mijn mentor geworden, mijn mental coach. Hij kijkt bijna elke dag naar mijn nieuwsuitzending op Kanaal Z. Vlak daarna belt hij mij en geeft hij zijn ongezouten mening. Zelfs over de kleding die ik draag.”
Naast je mentor dus ook je persoonlijke stylist.
“Nee, die rol kan ik hem maar beter niet toebedelen.”
Je bent ook de presentatrice van KRC Radio, de radiozender van voetbalploeg KRC Genk. Voelde je het vertrek van Jos Vaessen aankomen?
“Nee, ik zit niet in het bestuur, hč. Ik heb Vaessen wel verschillende keren in de studio gehad. Voetbal is emotie en dat is hem helemaal op het lijf geschreven. Dat siert hem ook. Hij heeft verschillende keren zijn nek uitgestoken, alle respect daarvoor, want dat heb ik er nog niet veel zien doen. Ik ben zelf ook emotioneel en vind het goed dat mensen zo zijn. Je kunt toch niet op elk moment van de dag een masker op zetten. Het is veel mooier als mensen menselijk zijn.”
Heeft het werk voor KRC Radio je interesse voor het voetbal aangewakkerd?
“Ik volg het WK, maar minder dan wanneer de Rode Duivels er bij zijn. Voetbal is een heel leuk spel. Ik heb onlangs nog een wedstrijd gespeeld met de moeders van de spelertjes uit de voetbalploeg van mijn zoon Stan. Met truitjes en broekjes, alles erop en eraan. Ik ben iemand die zich dan volledig geeft, met het gevolg dat ik de dag nadien net geen looprekje nodig had (lacht). Spierpijn, jongens.”
Doe je buiten een sporadische voetbalmatch nog aan sport?
“Ik heb de laatste drie jaar twee keer per week gefitnesst, maar nu lig ik even stil. Ik kan er de tijd niet voor vrijmaken, ofwel omdat ik te lui ben, wie zal het zeggen? Ik ben altijd sportief geweest. Tot mijn zeventiende heb ik tafeltennis gespeeld. Ik ben ooit Belgisch jeugdkampioen geworden en heb nog tegen Els Billen gespeeld, de ex-vrouw van Jean-Michel Saive, maar ze was veel beter dan ik. Na het tafeltennissen heb ik nog volleybal gespeeld in een provinciale reeks, squash en badminton.”
Speelt je zoon bij de jeugd van KRC Genk?
“Nee, maar zijn vriendje is wel pas geselecteerd. Hij is erg trots dat zijn vriendje nu bij het grote Genk mag spelen. Ik ben met hem gaan kijken naar een jeugdinterland tegen Leverkusen. Dat is fantastisch om te zien. Ze zijn maar acht jaar, maar ze hebben dezelfde trekjes als de profvoetballers. Als ze gescoord hebben, trekken ze hun shirt over hun hoofd of lopen ze allemaal op een rijtje naar de cornervlag.”
Heb je nog grootse plannen deze zomer?
“Het gaat druk worden. Veel werken voor TVL, verhuizen op 1 augustus en tussendoor nog een citytrip doen. Een reis naar de bergen? Nee, daar zal je me nooit vinden. Al die lelijke tuinhuizen die daar staan, daar kan ik niet tegen.”
Dat zal de Tiroolse dienst voor toerisme niet graag lezen.
“Iedereen heeft recht op een afwijking. (lacht)”